BELGISCHE POMPOEN CONFEDERATIE

Belgian Pumpkin Confederation

Home BPC Links Activiteiten Contact
 

 

 

Tips

 

Recept voor heerlijke Duisburgse pompoencake


Teelt van pompoenen
De pompoen is een van de sterkste telgen van de komkommerfamilie. Hij is gemakkelijk te telen. De zaden zijn uiterst kiemkrachtig, het zijn stevige groeiers. Wil je grote gezonde pompoenen kweken, dan moet je rekening houden met volgende punten:

1. juiste zaad:
Zorgen voor het juiste zaad is zeer belangrijk. Voor de reuzenpompoenen wil dat zeggen dat men het zaad best besteld bij de juiste leverancier vb in USA of Canada. Ze moeten jaarlijks gezaaid worden. Dit gebeurt binnenshuis midden april tot begin mei. Vanaf midden mei kunnen ze eventueel ook buiten op goed beschutte plaatsen worden gezaaid. Aangezien ze een hard omhulsel hebben kan je de zaden best, vooraleer ze in de grond te steken, een paar uur in water laten weken. Plant 3 zaden onder 2 à 3 cm goede potaarde in niet te kleine potten, gevuld met goede potgrond of buiten onder glas, om later uit te planten. Druk lichtjes aan. De zaden kiemen best bij 15 tot 20°C. oudere zaden (2 à 3 jaar) kiemen soms beter dan jongere. Na een tiental dagen zal men de 2 cm lange zaadblaadjes boven de grond zien uitkomen. Behoud slechts het gezondste plantje per potje. Dan zet men de zaaipotjes op een vensterbank om ze licht te geven - best zonlicht - tot ze wat groter zijn.

2. Maximaal zonlicht en warmte:
Goed in het bereik van de zon, eventueel met andere middelen bijverwarmen. Schaduw, bomen, huizen …vermijden.

3. voldoende oppervlakte:
Ze vereisen weinig aandacht en groeien bijzonder snel op voorwaarde echter dat de planten tijdens de hele vegetatieperiode over voldoende ruimte kunnen beschikken. Men kan ze zonder problemen in volle grond kweken. In mei, na de ijsheiligen, als het ’s nachts niet meer vriest en als de plantjes 4 à 5 blaadjes hebben, kan men ze met potkluit en al in de tuin planten op minstens 1,5 à 2 meter van elkaar. Een grote pompoen kan tot 800 bladeren hebben en beslaat een oppervlakte van 90 m². Wel bestaan er struikende vormen die al met enkel vierkante meter tevreden zijn.

9 m² = 45 kg 45 m² = 180 - 225 kg
18 m² = 68 kg 54 m² = 180 - 270 kg
27 m² = 135 kg 90 m² = 180 - 360 kg
36 m² = 158 kg

4. vruchtbare grond: grondontleding:
Je grond laten ontleden kan eventueel ook gebeuren bij de Bodemkundige Dienst van België, W. De Croylaan 48 te 3001 Heverlee. Met de DCM tuinadviescomputer krijgt u een exact advies gemakkelijker dan u denkt en telkens zwart op wit uitgeprint. Op basis van de metingen op het grondstaal dat u meebrengt naar het tuincentrum, krijgt u een bemestingsadvies op maat. Het computeradvies is gebaseerd op een jarenlange ervaring en op een degelijke grondontleding. U krijgt een idee van de pH of zuurtegraad van uw grond, met aansluitend een advies van bekalken of verzuren uitgedrukt per 10 m² tuinoppervlakte. Op basis van de gemeten voedingstoestand krijgt u bovendien een duidelijk bemestingsadvies voor uw pompoen.
De computer probeert u op weg te helpen naar de optimale groeiomstandigheden per pompoen, zowel voor de pH als voor de voedingstoestand. Het computeradvies geeft u een sleutel tot prachtige en lekkere pompoenen.
Op het tel. Nr. 014/257.357 (D.C.M. Meststoffen) kan je steeds navragen waar zich het dichtsbijzijnde tuincentrum bevindt met een tuinadviescomputer.

5. Bemesting en structuur van de grond:
Ze moeten in een vochthoudende humusrijke diepbewerkte losse bodemstructuur staan op een afstandje van de rest van de moestuin, op een heuveltje zo hoog als een molshoop is een uitverkoren plaats voor de pompoenen. Daar vinden ze voedsel en vocht in overvloed. Een aangepaste bemesting is zeer belangrijk. Omdat pompoenen grote hoeveelheden voedingselementen over een lange periode uit de bodem opnemen, bereik je de beste resultaten door het gebruik van een goede organische meststof. Een organische meststof geeft immers zijn voedingselementen (N,P,K, Magnesium en sporenelementen ) vrij over een lange periode. Hierdoor blijven de pompoenen doorgroeien zonde stress. Extra tip; let erop na de vruchtzetting ook wat extra organische tuinpotas mee te geven. Dit zorgt voor een sterker uitgroeien van de pompoenen.

6. zaaien en uitplanten - directe zaai:
Aandacht schenken aan het zaaien en uitplanten. Opgelet voor de ijsheiligen. Men kan zelfs in potten laten groeien. Dan slechts één vrucht per plant bewaren. Volgens een Vlaams gezegde zou je zo voor 25 april , feestdag van Sint Marcus moeten planten:

“Plant pompoenen op Sint Marcusdag voor zonne,
zo worden ze zo dik als een tonne”

In Mol bij Tongeren zegt men voor de Marcusprocessie, die de gewassen goed moet doen gedijen:

“Sinte Merc, zaai op uw pompoenen en ga dan naar de kerk”
eerste groeifase:
Eens de bevruchting gebeurd, kan de pompoen beginnen groeien. En dat gebeurt zeer snel; eenmaal ontkiemd en goed geworteld, met voldoende water en mest, kruipen sommige planten per dag 20 à 40 cm verder. Om de ontwikkeling van de zijscheuten te bekomen en dus de bloei te bevorderen, raadt men aan de plant in te snoeien als de hoofdrank één tot anderhalve meter lang is, met behoud van een viertal zijscheuten.

7. vorstvrij-windvrij-temperatuur:
Zorg dat de pompoenen goed bescherm zijn tegen koude en wind. Eventueel ’s nachts beschutten en gedurende de dag soms een windscherm plaatsen.

8. water en bemesting bijgeven:
Na het uitplanten nog enige malen gieten. Maar ook daarna moeten pompoenen over voldoende water kunnen beschikken Zorg dat je door het begieten en betreden van de bodem de bodemstructuur niet stuk maakt. Beregenen gebeurt best ’s morgens om geen al te sterke afkoeling te geven. Het water in de compost gieten, al of niet met meststof. Zo mogelijk naar een vorm van irrigatie zoeken. De grond rondom de pompoen kan je best afdekken met hooi, stro of gazonmaaisel. Bladbemesting kan interessant, maar ook zeer gevaarlijk zijn voor de plant. Bodemarmoede komen het verder verloop van de teelt zeker niet ten goede.

9. tijd voor bevruchting:
Aangezien ze éénhuizig zijn tref je op iedere plant zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen aan. De mannelijke herken je aan hun 10 à 20 cm lange steel , de vrouwelijk aan een bolvormig vruchtbeginsel dat later een pompoen kan worden. De grote hompelvormige bloemen trekken stuifmeeloverdracht van de mannelijke bloemennaar de vrouwelijke en dat is noodzakelijk. Je kan ook zelf een handje toesteken door rechtstreeks te doppen. De vrouwelijke bloemen zijn slechts enkel uren open, van ’s morgens tot halverwege dein de voormiddag.

15 juli
200, 400 of meer bladeren
tot 800 bladeren = 1 pompoen
800 tot 1200 bladeren = 2 pompoenen
meer dan 1200 bladeren = 3 pompoenen
2 tot 3 vrouwelijke bloemen bevruchten met meerdere mannelijke
op basketbalgrootte selecteren
volgende vrouwelijke wegnemen voor bevruchting

10. gezond houden:
In ongeveer vier maanden wordt de zaaipit een kruisplant of een struik die vruchten draagt. Als de vruchten verschijnen, kan je de takken knippen, 2 bladeren verder dan de vrucht. De vruchten zelf gaan nu zienderogen vergroten. Bij natte zomers moet men de vruchten tegen de vochtige ondergrond beschermen. Men legt er iets onder dat water doorlaat, vb. een dakpan. Groeistilstand moet nu absoluut vermeden worden. Reductiefactoren kunne zijn: ziekten, plagen en onkruiden. Het seizoen verlengen.

Oogst:
Van juli tot in de herfst kunnen pompoenen geoogst worden, best vanaf september tot oktober, als ze nog niet volledig rijp zijn want anders krijgt men vlug rotte vlekken. Een stevige schil, een verschrompeld steeltje en een hol klinkend geluid kunnen een hulp zijn om de rijpheid vast te stellen. Je loet ze oogsten met steeltje. Borstel de pompoen na de oogst goed af. Zomerpompoenen worden in een jong stadium geplukt. Winterpompoenen laat men goed uitgroeien.

Bewaring:
De vruchten moeten goed gaaf zijn. Een pompoen bestaat voor 90% uit water en daarom kan men de vrucht best niet bewaren als men hier en daar een zacht plekje, een barst of een kwetsuur op de schil bemerkt. Het verrottingsproces gaat namelijk zeer snel en na enige dagen kan hij als een pudding in mekaar zakken. Dergelijke winterpompoenen kan men in een droge vriesvrije niet te koude luchtige kelder (10 tot 15°C) zeker zes tot twaalf maanden lang bewaren. Leg ze niet tegen elkaar. Eenmaal goed gedroogd mogen de vruchten gestapeld worden. Men kan het vruchtvlees in grote stukken snijden of als pompoenpuree in een diepvriezer invriezen.

Home BPC Links Activiteiten Contact

Belgian Pumpkin Confederation